50 slides in een uur.

Over juridische aspecten, staatsorganen en planologische besluiten.

Een groep van 25 aankomend makelaars kijkt wat glazig voor zich uit. Ze hebben allemaal een lange werkdag achter de rug en volgen nu nog twee uur avondcollege.

Gelukkig weet de docent vol enthousiasme over taaie thema’s te vertellen.

Ik proef de sfeer. En aan het eind van de avond geloof ik dat een blended variant van deze opleiding echt een meerwaarde kan hebben voor studenten.

Nodig: blended ontwerp, passende didactiek en enthousiaste inhoudsdeskundigen

Blended leren vergt meer dan het maken van een herontwerp. Online leren biedt studenten de kans om op maat en gepersonaliseerd te leren. Studenten kunnen mee richting geven aan de inhoud. En je kunt aanbodgerichte elementen naar voren halen, en de fysieke ontmoeting gebruiken voor interactie en oefenen. Dit vraagt wel om een andere didactische aanpak van docenten dan aanbieden en overdragen.

Een goed blended ontwerp maken is al best een kunst. En dan ook nog een ontwerp dat werkt. Een ontwerp dat ervoor zorgt dat studenten hun leerdoelen halen. En een ontwerp waar ook docenten mee uit de voeten kunnen. Hoe kun je betrokken docenten zo mee laten werken dat ze gedurende het ontwerpproces al nadenken over een passende invulling van hun rol als docent? In deze blog beschrijf ik de vijf belangrijke ‘momenten van beweging’ die we in het ontwerpproces bij de Academie voor Vastgoed zijn tegengekomen.

Waar: de Academie voor Vastgoed

Aantrekkelijkere opleidingen in een sterk concurrerende markt. Met een kortere opleidingsduur en minder reistijd voor de deelnemers. En daarbij een hogere kwaliteit door betere aansluiting bij diversiteit in leerstijlen en kennisniveau en door het leren dichterbij de praktijk te brengen. Dat is wat de Academie voor Vastgoed graag wilde, en waar we ruim een jaar aan hebben gewerkt.

Je moet weten dat alle opleidingen van de Academie worden verzorgd door inhoudsdeskundigen die zelf met de voeten in de klei staan. Zij vervullen een docentenrol vanwege hun expertise. Ze vinden het leuk om hun kennis over te dragen. En dat doen ze vanuit een enorme passie en gedrevenheid. Wel op een redelijk aanbodgerichte manier.

Bouwstenen voor online en blended leren

We hebben de opleiding Juridische Aspecten uitgekozen als vertrekpunt. Het was: een face-to-face opleiding van 16 weken met elke week een fysieke bijeenkomst van 3 uur. Tussendoor veel lees- en leermateriaal. En men rondt de opleiding af met een examen bestaande uit een groot aantal feitenvragen. Het is geworden:

  • zes themablokken van elk twee weken.
  • elk blok heeft een fysieke bijeenkomst en een online werksessie.
  • tussendoor werken deelnemers aan online opdrachten, waarbij het nadrukkelijk onze bedoeling is dat deelnemers op elkaar reageren.
  • met verbinding tussen online en fysiek door in elk blok twee opdrachten online te starten en in de bijeenkomst af te ronden, bijvoorbeeld door een presentatie van de deelnemers.
  • en de docenten/ inhoudsdeskundigen hebben, naast een kennisoverdragende, ook een begeleidende rol.

 

Voorbeeld van een online opdracht: Je schoonmoeder in huis. Heb je daar een vergunning voor nodig?

Meestal is er een omgevingsvergunning nodig voor bouwen. Per 1 november 2014 zijn er wijzigingen in de regelgeving doorgevoerd die het eenvoudiger moeten maken om een mantelzorgwoning te realiseren. Nu heeft U een client die een woning wil kopen. Hij wil op het perceel ook zijn eenzame moeder huisvesten. Daar dient wel een bijgebouw voor gerealiseerd te worden. Kan dat? Wat is uw antwoord en op welke regelgeving is deze gebaseerd?

Het was hard werken voor de inhoudsdeskundigen.

Ik vroeg veel van ze. Door online leren toe te voegen aan een opleiding, kan de leerdynamiek flink veranderen. Zo kun je deelnemers vragen om zelf iets online op te zoeken, of een eigen ervaring in te brengen. Of je geeft ze keuzemogelijkheden. Op deze manier ontwerpen vraagt iets anders van een docent dan het uitstippelen van een inhoudelijke lijn in de vorm van een reeks presentaties.

Ze probeerden zich voor te stellen hoe een blended opleiding eruit zou kunnen zien. Ze keken opnieuw naar de inhoud van de opleiding en de wijze waarop dit aangereikt werd. Ze bedachten wat blended verandert aan de werkvormen die ze gebruikten. Ze maakten keuzes in wat online en wat in een fysieke setting. Vanuit het vertrouwen dat we met een blended aanpak ten minste dezelfde opleidingskwaliteit zouden behalen. En dat voelde soms best als een sprong in het diepe!

 

Vijf expliciete momenten van beweging

Hieronder schets ik vijf expliciet momenten die waardevol bleken voor de inhoudsdeskundigen in de ontwikkeling van blended leren.

  1. Van goed/fout naar dialoog. We wilden deelnemers meer met elkaar laten leren en uitwisselen, in plaats van de docent die het juiste antwoord geeft. Uitwisseling krijg je als er meerdere antwoorden mogelijk zijn op een vraag en als deelnemers zich uitgenodigd voelen om hun mening te geven of een ervaring in te brengen. Het was soms best puzzelen op een opdracht om dit effect voor elkaar te krijgen.
  2. Keuzevrijheid in opdrachten. Men heeft in de opleidingen vaak te maken met een grote diversiteit in kennisniveau. Online biedt juist zo’n mooie mogelijkheid om mensen zelf keuzes te laten maken. In het gesprek over hoe dit vorm te geven, spraken we over persoonlijke leerroutes, zelfsturend vermogen van deelnemers, mate van autonomie. Dit heeft geleid tot de volgende lijn: elk themablok heeft 4 tot 5 opdrachten, waarvan 2 opdrachten ‘verplicht’. De docenten vervullen een actieve rol in ‘helpen kiezen’. Tijdens de online werksessie die in de eerste week van het blok is gepland, zal er expliciet aandacht zijn voor de verschillende opdrachten en de meerwaarde van elke opdracht. Ik merkte dat gesprek over keuzevrijheid voor de docenten een belangrijk moment was. Het vraagt om loslaten, ruimte geven en vertrouwen op het vermogen van de deelnemers om tot goede keuzes te komen.
  3. Kennisoverdracht via video. Een deel van de inhoud van deze opleiding vraagt om goede uitleg. Docenten gaven aan het een fijn idee te vinden dat sommige delen van de verhalen in de vorm van een video opgenomen zouden worden. Want het was soms best pittige materie, en dit gaf de deelnemers de kans om iets nog eens na te luisteren. Wel is het in een blended leertraject de kunst om het verhaal van de video niet nog eens te gaan herhalen in de fysieke setting.
  4. Beroep op intrinsieke motivatie. Bij al het leren is motivatie van groot belang, maar misschien bij online leren nog wel meer. Op het moment dat je als deelnemer gemotiveerd bent om ergens beter in te worden, is het makkelijker om aandacht aan je eigen leerproces te geven. Intrinsiek gemotiveerd is het fijnst. Maar wat als niet iedereen dat zo sterk voelt? Dan kun je motivatie ook vergroten door: (1) gevoel van autonomie te versterken, (2) deelnemers een gevoel van competentie te laten ervaren en (3) gebruik te maken van de sociale verbondenheid. Aldus de zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan. Autonomie kwam al sterk naar voren bij het geven van keuzevrijheid. Een gevoel van competentie hebben we vertaald naar een waarderende manier van faciliteren. En een gevoel van sociale verbondenheid trachten we te creëren door elementen als: een online lunchsessie aan het begin om elkaar wat te leren kennen, een paar groepsopdrachten en begeleide uitwisseling over praktijkvragen en -ervaringen.
  5. Van aanbieden naar zelf inbrengen. Eigenlijk ben je gedurende het hele ontwerpproces bezig met het ‘her-ijken’ van je kijk op leren. Online leren maakt dat deelnemers een andere betrokkenheid krijgen bij het leren. Ze kunnen makkelijker initiatief nemen. Een eigen vraag inbrengen. Een voor hen belangrijk thema bij de kop pakken. De betrokken inhoudsdeskundigen werden zich hier steeds bewuster van. Een online leeromgeving maakt het bovendien nog makkelijker mogelijk om deelnemers iets te laten inbrengen uit hun eigen praktijk. Een paar foto’s van dat huis met waterschade. Of een video van je gesprek als makelaar met een klant. We hebben ervoor gekozen om op een geleidende schaal van ‘inhoud aanbieden’ stappen ze zetten naar ‘zelf inhoud inbrengen’. Door de opdrachten per blok een stapje dichter naar ‘zelf inbrengen’ te laten gaan.

Ik was me aan het begin van dit ontwerpproces nog niet zo sterk bewust van de kracht van deze momenten. Terugkijkend leverden ze (en de krachtige gesprekken die hierop volgende) beweging op in denken en doen van de inhoudsdeskundigen. En de inhoudsdeskundigen voelden zich voldoende voorbereid om ook daadwerkelijk met een groep online aan de slag te gaan. In een volgend proces zou ik deze vijf momenten wellicht expliciet meenemen in het proces. Nog wat verder uitgewerkt naar ontwerpprincipes?